|
Inbraakpreventie voor
bedrijven en instellingen
Regelmatig worden ondernemers
geconfronteerd met de materiële schade die inbrekers veroorzaken. Het
nemen van inbraakpreventieve maatregelen is daarom een noodzaak.
Verzekeringsmaatschappijen stellen zulke maatregelen steeds vaker als eis.
Op onze site komen de organisatorische, bouwkundige, en elektronische
maatregelen aan bod. In combinatie met de risicoklasse-indelingen voor
bedrijven kan de inbraakgevoeligheid van het eigen bedrijf worden bepaald
en de passende beveiligingsmaatregelen worden getroffen.
|
De inbreker
Een inbreker die aan het werk
gaat, vertoont een aantal kenmerken. Wie die kenmerken
kent weet wat hij moet doen om het de inbreker zo moeilijk mogelijk te
maken.
|
|
 |
 |
|
Tijdnood
Elke maatregel die de
tijd verlengt die nodig is voor een inbraak en voor het afvoeren van
de buit, vermindert de interesse in inbraak.
Eenvoudige inbraakmethoden
Voor het forceren van
goede beveiligingsmiddelen moet men meestal over speciale
gereedschappen én de nodige kennis beschikken; veel inbrekers
schrikken hiervoor terug. |
|
Angst voor ontdekking
Beveiligingen die de
aandacht trekken door geluid of licht, zoals alarminstallaties en
buitenlampen, werken preventief op inbrekers. Bij inbraakpreventie kan
men van deze ervaringen een nuttig gebruik maken. Om het eenvoudig te
zeggen; inbraakpreventie is ervoor zorgen dat:
-
een inbraak zo
tijdrovend en lastig mogelijk wordt, en;
-
de kans dat de inbreker
wordt ontdekt zo groot mogelijk is.
Deze basisregels
vormen het uitgangspunt voor een doelmatige beveiliging. |
|
 |
 |
|
Organisatorische
maatregelen
Inbraakpreventie begint
met een aantal gemakkelijk te nemen maatregelen, die door hun eenvoud
soms vergeten worden. Zij vormen echter een essentieel onderdeel van
een beveiligingsplan.
Sleutelbeheer
Een slot moet goed
gebruikt worden, anders heeft het geen zin. In elk geval moet worden
nagegaan of alleen daartoe bevoegde personen een sleutel in bezit
hebben en of (reserve) sleutels buiten het bereik van toevallige
bezoekers zijn weggeborgen. |
|
Toegangscontrole
De toegang tot het
bedrijfspand en de bedrijfseigendommen moet voor inbrekers zo
onaantrekkelijk mogelijk gemaakt worden. Voor het afschermen van het
terrein bestaan diverse mogelijkheden zoals hekwerken, muren,
schuttingen, wallen, hagen en struiken. Voor kleine objecten als
winkels kan het zinvol zijn, afhankelijk van de waarde van de goederen
in het pand, de toegang voor voertuigen tot de gevels te bemoeilijken
door het plaatsen van paaltjes op een strategische plaats. |
|
|
|
Merken en registreren
Merken en registreren van
waardevolle goederen, voorzie waardevolle inventaris van postcode en
huisnummer. Hiervoor zijn speciale graveer- en merkpennen te koop.
Noteer bovendien wat het bedrijf bezit. Ook foto's kunnen waardevolle
diensten bewijzen bij de herkenning en opsporing van gestolen
goederen. De schadevaststelling wordt bovendien belangrijk
vereenvoudigd. |
|
|
|
Beveiligingsverlichting
Verlichting is een vorm
van beveiliging die andere beveiligingsmaatregelen zoals hang- en
sluitwerk, inbraakwerende beglazing en elektronische beveiliging
ondersteunt. Licht werpt een psychologische barrière op. Het beste
resultaat is te verwachten wanneer het verlichte object door
bijvoorbeeld omwonenden op afstand geobserveerd kan worden. Een
schemerschakelaar maakt het mogelijk dat de buitenverlichting
automatisch wordt in- en uitgeschakeld. |
|
Bouwkundige maatregelen
De beveiliging van een
gebouw begint in het algemeen bij de beveiliging van de
gevelopeningen. Voordat een inbreker door de muur of het dak naar
binnen dringt, zal hij het eerst proberen via gemakkelijker te
forceren deuren, ramen of andere gevelopeningen.
De huidige
architectuur, met talrijke gevelopeningen en vaak grote
glasoppervlakken, komt de inbreker hierin tegemoet. Het bouwontwerp
richt zich in veel gevallen vooral op esthetische en praktische
uitgangspunten, terwijl slechts zelden rekening wordt gehouden met de
inbraakveiligheid van een pand.
De meeste
inbrekers verschaffen zich toegang door het forceren van hang- en
sluitwerk, van ruiten en deurbladen, kozijnen, luiken, lichtkoepels en
ventilatie- openingen of door het gebruik van valse sleutels. Veel van
deze werkwijzen kunnen aanzienlijk worden bemoeilijkt door toepassing
van inbraakveilig hang- en sluitwerk. |
|
|
|
Ramen
De zwakste plaats van elk
gebouw is een raam. Op de meest gemakkelijke wijze en met het minste
risico kan de inbreker binnendringen als hij na het inslaan of
gedeeltelijk uitsnijden van de ruit de vergrendeling aan de
binnenzijde opent. Een inbreker klimt niet zo vaak door een gebroken
ruit naar binnen als men wel aanneemt, want in dat geval moet hij
eerst alle scherpe glasresten wegslaan om zich niet te verwonden.
Dievenklauwen of -pinnen aan de scharnierkant maken het onmogelijk aan
die kant het raam te openen. |
|
 |
| |
|
Waar de door een inbraak veroorzaakte geluiden niet door buurtbewoners zullen worden gehoord, of de te
beveiligen zaken voor de inbreker zeer attractief zijn, moeten alle
bereikbare ramen beveiligd worden. Dat kan door het aanbrengen van
afsluitbare raamvergrendelingen of het aanbrengen van
raamafschermingen. De meest inbraakveilige beglazing is die, waarbij
het glas vanaf de binnenzijde in de sponningen wordt geplaatst.
Bij nieuwbouw kan hiermee rekening worden
gehouden bij het voorschrijven van de profielen, zodat meteen
binnenbeglazing kan worden aangebracht. De inbraakveiligheid van
bestaande buitenbeglazing kan worden verhoogd door de glaslatten vast
te zetten met niet uitschroefbare schroeven (ééntoer- schroeven) of de
gewone schroeven af te dekken met tweecomponentenhars. Kelderramen en
lichtkoepels vormen een aantrekkelijke weg voor inbrekers.
Kelderramen beneden het grondoppervlak
dienen te zijn afgedekt met een rooster dat met speciale beugels in de
lichtschacht moet worden vastgezet. Kelderramen boven de grond kan men
het beste afschermen met traliewerk of strekmetaal.
Lichtkoepels dienen, indien ze niet
gemaakt zijn van slagvaste kunststof, aan de onderzijde voorzien te
worden van traliewerk of strekmetaal. Om het afnemen van de koepel te
verhinderen moeten de schroeven vervangen worden door een groot
formaat ééntoerschroeven of preventieve moeren. |
|
Rolluiken
Het verbond van
verzekeraars heeft in samenwerking met Romazo, de vereniging van
Rolluikenbedrijven, een indeling ontworpen voor de vele soorten
rolluiken, rolhekken en schuifhekken. Deze indeling in vier klassen
sluit aan op de risicoklasse-indelingen voor bedrijven. Wanneer men de
aanschaf van rolluiken overweegt kan men aan de hand hiervan met uw
adviseur een geschikt product kiezen. |
|
 |
|
|
Inbraakwerende kasten en
kluizen
Een brandwerende kast
is niet ontworpen om waardevolle documenten of geld tegen inbraak te
beschermen. Hij beschermt alleen tegen brand. Voor het inbraakveilig
opbergen van waardepapieren is een inbraakwerende kast of kluis
vereist. Een kast die zowel brandwerend als inbraakwerend is wordt wel
een brandkast genoemd. De degelijkheid van de kast of kluis die men
kiest, moet afhankelijk zijn van de waarde die men erin wil opbergen.
De Stichting Kwaliteitsbeoordeling Brandkasten geeft jaarlijks een
overzicht uit van de kasten op de markt met een indicatie van de
waardeberging. Vrijstaande kasten tot 500 kg kunnen het beste aan de
vloer verankerd worden om te voorkomen dat de hele kast verdwijnt.
Kleine vloer- en muurkluizen worden altijd ingebouwd, maar installatie
daarvan is vakwerk. Zij zijn vooral geschikt voor zaken met een grote
waarde en een klein volume, zoals bijvoorbeeld daggeld. |
|
Elektronische maatregelen
Onder elektronische
maatregelen wordt hier verstaan het gebruik van een
inbraaksignaleringssysteem, gemakshalve ook wel alarmsysteem genoemd.
Deze elektronische systemen voorkomen geen inbraak, maar signaleren
deze slechts en geven het bericht door aan een 'hulpbiedende'
instantie. Intussen kan de inbreker mogelijk nog (gedeeltelijk) zijn
slag slaan, als niet tevens bijvoorbeeld inbraakwerend hang- en
sluitwerk hem in zijn pogingen belemmert. Elektronische systemen mogen
daarom nooit los gezien worden van organisatorische- en bouwkundige
preventiemaatregelen. In beginsel werken alle elektronische systemen
op een zelfde manier. Een detector registreert een inbraak of een
poging daartoe en geeft deze registratie via een elektrische impuls
door aan de centrale controle- en stuureenheid, waar de impuls wordt
omgezet in een alarmsignaal. Dit kan een stil alarm zijn, dat via een
telefoonlijn terechtkomt bij politie, alarmcentrale of
bewakingsdienst; het kan ook bestaan uit geluids- en/of lichtsignalen
in of aan het gebouw zelf. |
|
 |
|
De keuze uit de vele soorten
elektronische inbraakmeldsystemen is geheel afhankelijk van
de aard, de ligging en de inrichting van een pand én van de
aantrekkelijkheid en de waarde van de goederen die er zich in
bevinden. Verder geldt voor een goed systeem dat het overeenkomstig
het risiconiveau moet worden aangelegd.
Wanneer de aanschaf
van een inbraaksignaleringssysteem wordt overwogen, is het verstandig
zich te wenden tot een
gecertificeerd technisch beveiligingsbedrijf. Zij zijn deskundig,
werken met gecertificeerde producten en weten welk systeem in een
bepaalde situatie het meest geschikt is.
Elk systeem vergt
onderhoud. Het afsluiten van een onderhoudscontract is dan ook van
groot belang voor het storingsvrij functioneren.
|
|